Door een reeks aan dubieuze beslissingen en slecht advies was ik op een administratieve afdeling terechtgekomen.
De mensen die daar werkten waren er tijdens een teamdag achter gekomen dat ze blauw zijn. Ze zeiden vaak ‘Wij zijn echt heel blauw!’ en dan lachten ze heel hard. Ik kon het alleen maar met lede ogen aanzien.
Ik heb nooit echt de moeite genomen om te achterhalen wat dat ‘blauw’ precies inhoudt, maar kon me er van alles bij voorstellen. Het ging de hele dag over dingen ‘inrichten’ en dan geen kantoor met leuke planten, maar processen. Ik pik taaldingetjes altijd snel op, dus binnen de kortste keren vroeg ik steevast, aan het eind van elke vergadering, of er was nagedacht over de inrichting. Dit werkte zo goed dat ik toch een soort van positie binnen de afdeling kreeg terwijl ik helemaal niet geschikt ben voor welke vorm van administratie dan ook. Ik betaal rekeningen niet op tijd omdat ik het handiger vind om een betaalafspraak met een incassobureau te maken. Daar betaal ik dan graag wat incassokosten voor. Een blauw persoon zou zoiets nooit doen.
Managers volgden elkaar op deze afdeling in rap tempo op. Bij de laatste persoon die kwam aanwaaien werd het me allemaal te veel. Hij vond zichzelf ‘een verhalenverteller’. Ik liep permanent rond met een pijnlijke grimas op mijn gezicht die voor een glimlach moest doorgaan.
Om mijn waardigheid en geestelijke gezondheid intact te houden moest ik weg bij de administratie. Ik ging een nieuwe baan zoeken.
Solliciteren haalt het slechtste in mij naar boven. Zonder gêne weet ik zinnen op te schrijven als: ‘Door mijn flexibele instelling en mijn ruime ervaring denk ik dat ik in een dynamische werkomgeving als de uwe goed tot mijn recht kom en een waardevolle bijdrage kan leveren aan de ontwikkelingen die u in de vacature omschrijft’, woorden als synergie, uitdaging en enthousiasme schuw ik ook niet. Alles is geoorloofd.
Ik werd uitgenodigd voor zo’n beetje alle vacatures waarop ik had gereageerd en dan moet je verder.
Gelukkig weet ik een heel goede sollicitant neer te zetten. Het gesprek is een voorstelling en een wedstrijd tegelijk, het maakt eigenlijk niet uit wat de functie is, je wilt niet afgaan en je wilt winnen.
Het is binnenkomen, beleefd zijn (niet onderdanig) ontspannen overkomen, leuke opmerking maken over het kantoor. Als je binnenkomt in een donker hol met een verlopen receptioniste aan een rottende balie, dan zeg je: ‘Lekker laagdrempelig! Knus. Goeie sfeer!’
Bedenk dat de mensen van de sollicitatiecommissie ook geen flauw idee hebben wat ze moeten vragen, neem de leiding! Zeg vaak ‘leuk’. ‘Zal ik hier gaan zitten? Lijkt me wel prima toch..leuk!, oh, jij gaat daar zitten, nou dan ga ik wel aan de andere kant? Of niet, haha! Leuk!’
De vragen die ze gaan stellen zijn redelijk standaard. Hier wat tips.
‘Waarom solliciteer je op deze functie’, daarop moet je een antwoord paraat hebben. Wat er ook in je vorige baan gebeurd is, hou het positief! Zeg nooit: ‘Alles is beter dan mijn huidige baan.’ Hebben ze iets als: ‘Wil jij graag werken in een team dat volop in ontwikkeling is?’ in de vacaturetekst geschreven, zeg dan: ‘Ik hou heel erg van ontwikkelingen.’
Zelf vind ik voorbeelden noemen van dingen die goed zijn gegaan wel altijd heel lastig. Ik ben meer van de theorie. Als ze vragen om praktijkvoorbeelden, dan denk ik meteen aan alle teleurgestelde collega’s die nog steeds wachten op het rapport dat ik nooit ga schrijven. Blijf in die positieve vibe! Ik zeg meestal dat er te veel succesverhalen zijn om nu eventjes zo snel op te noemen, en schakel snel over naar de verbeterpunten: je wilt je werk te goed doen, waardoor je soms (zeg maar altijd) te hard werkt. Als je dan al ergens hulp bij zou nodig hebben dan is het om je te remmen in je grenzeloze ambitie en werkdrift, als het aan jou ligt werk je makkelijk 80 uur in de week en dat is natuurlijk voor niemand goed.
Soms zit ik zo goed in het gesprek dat ik even vergeet dat ik eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd ben in de functie. Opeens vraagt iemand waarom ik zo graag met kinderen wil werken. Ik haat kinderen. Lees de vacaturetekst goed door! Dat is ook een tip. Nu komt het neer op improviseren. Blijf praten! Veel ‘leuk’ en ‘uitdaging’ blijven zeggen. Iets met ‘passie’ doet het ook altijd goed. Je kan na afloop nog even zeggen dat je toch zenuwachtiger was dan je had gedacht. Goeie kans dat je er mee wegkomt.
Nu heb ik dus een nieuwe baan. Hoelang zal het duren voor het iedereen duidelijk wordt dat mijn rustige uitstraling eigenlijk luiheid is. Dat de wil om dingen heel goed te doen er op een of andere manier voor zorgt dat ik niet zo heel veel kan werken. Dat de analytische blik in de praktijk toch meer een cynische houding is.
Mocht het erop aankomen dan kan ik altijd zeggen dat ik het omgekeerde imposter syndroom heb: ik ben heel succesvol maar niemand gelooft het.