<iframe src="https://thomasvanderhulst.substack.com/embed" width="480" height="320" style="border:1px solid #EEE; background:white;" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Categorie: Geen categorie
-
Ik heb alle seizoenen van Justified gekeken. De hoofdpersoon is Raytlan Givens, een U.S.Marshal met een cowboyhoed, gespeeld door Timothy Olyphant. Ik had nog nooit gehoord van Timpthy Olyphant.
Mijn vriendin had ergens gelezen dat het een goede serie was en wilde het samen met mij kijken. Dat vindt ze gezellig.
Vroeger was dat leuk, samen series kijken maar tegenwoordig zijn er zoveel series dat het gezellige er een beetje af is. Toen we begonnen met samen series kijken gingen we er echt voor zitten, ik had dan op zolder met veel pijn en moeite een nieuw seizoen van Six Feet Under van internet getrokken en kwamdan triomfantelijk zwaaiend met een vers gebrand cd’tje naar beneden, mijn vriendin gilde verrukt en dan was het genieten geblazen. Nu is dat niet meer. Samen de ene serie na de andere bingen is triest. In je eentje is het al gênant. Beter is het om te zeggen: ‘Waar halen die mensen de tijd vandaan om al die series te kijken?!’. Samen als junks op onze vieze bank zitten geeft ook een slecht beeld naar de kinderen. Samen hardlopen vind ik trouwens ook niet goed.Mijn vriendin blijft het proberen, ‘laten we samen naar Justified kijken, gezellig!’.
In eerste instantie bevreemde de serie ons een beetje. Hetzware zuiderlijke accent, een man met een cowboyhoed en veel schieten. We vielen al snel in slaap.
‘Het is weer eens iets anders’ zij mijn vriendin de volgende dag, ‘we geven het nog een kans’. Ze is een echte optimist, bovendien hadden we vrijwel alle andere series al gezien. Ik in ieder geval wel. Op al haar suggesties moest ik schoorvoetend toegeven dat ik die al gezien had.
Weer vielen we snel in slaap. Een paar weken later ben ik het in mijn eentje gaan kijken. Dat ging beter.
Elke aflevering wordt er een nieuwe misdaad opgelost, altijdmet geweld. Raylan Givens schiet standaard een of meer mensen dood. De centrale vraag is dan ook of dat proportioneel is of ‘Justified’.
Naarmate je meer afleveringen kijkt wordt duidelijk dat er een paar verhaallijnen zijn die doorgetrokken worden.
Raylan Givens wordt nadat hij iemand in Miami heeft doodgeschoten herplaatst naar zijn geboorteplaats Harlan. Iedereen in Harlan is crimineel. Zijn vader, zijn oude vriendinnetje, collega’s, noem maar op. Hijzelf is dus U.S.Marshal geworden. Ik weet niet wat een U.S.Marshal precies is en hoe het Amerikaanse politiestelsel precies in elkaar zit, dat maakt het ook wel aardig. Er is heel weinig herkenbaarheid. Een beetje alsof je naar een obscuur dorpje in Brabant gaat waar misdaad de enige vorm van inkomen is, met martelcontainers. Waar je niemand kan verstaan en de politie alleen maar worstenbroodjes eet.
Het is een ver van je bed show.
Ik werd gegrepen door de serie. De dunne lijn tussen goed en slecht. De relatie met zijn criminele vader.
Raylan Givens heeft een bepaald loopje waarbij hij zijn hand altijd een beetje slap laat hangen. Hij komt niet echt over als een heel ruige jongen maar hij kan verdomd snel schieten. Zijn aartsvijand en vroegere vriend, Boyd Crowder, heeft ongelofelijk witte tanden. Boyd is een interessant figuur, die door verschillende fasen gaat, van nazi tot evangelist en uiteindelijk toch gewoon slecht, of toch niet? Niet dat nazi zijn goed is maar in tegenstelling tot maffiabazen hebben die wel een soort richting waar ze met de maatschappij naar toe willen.
Veel personages hebben trouwens hakenkruisen getatoeëerd, dat is daar heel normaal.
Je leert Harlan echt goed kennen. De families die daar al generaties wonen, het hoofd boven water proberen te houden door wiet te verbouwen of oxy te verkopen, veel hoeren in caravans en natuurlijk het verval van de mijnen. Het is niet makkelijk. Mijn gedachten gaan weer uit naar Brabant en Limburg, onze zuidelijke staten. Alles en iedereen in Harlan is met elkaar verbonden. Dat is knap uitgewerkt. Ik was gewoon een paar weken in Harlan. Dan doe je als seriemaker toch iets goed. Harlan werd bijna een obsessie, ik heb het opgezocht in Google Maps. Dat is voor mijn doen best uitgebreid onderzoek. Harlan ligt inderdaad in Kentucky, dichtbij Hazard. Hazard van de Dukes, The Dukes of Hazard! Met Bo en Luke en een Dodge Charger 1969 RT, met een soort confederatie vlag op het dak geschilderd. Uiteindelijk blijkt deze serie in Georgia af te spelen. en bleek de Dukes of Hazzard met twee z’ten te zijn. De foto’s van Harlan op Google Maps laten wel een heel mooie rurale omgeving zien die in de serie ook goed naar voren komt. De FBI kan in deze omgeving niets beginnen omdat ze de weggetjes niet kennen. Raylan wel.
Ik weet niet of mijn vriendin het ook was gaan waarderen. Er wordt heel veel geschoten en gevochten, daar houdt ze niet zo van. Persoonlijk kon ik daar goed in mee gaan. Zo gaat dat nou eenmaal in Kentucky. Het is ook wel vet hoe snel Raylankan schieten. Als er een nieuwe boef uit, bijvoorbeeld, Detroit komt, de zoveelste die de boerenkinkels uit Harlan wel eens een lesje zal leren, dan weet je al dat ze geen kans maken tegen Raylan en ook niet tegen Boyd, zijn aartsvijand met de witte tanden, die strategisch gewoon veel slimmer is.
Je kan natuurlijk ook naar ‘Ferry’ kijken, de Nederlandse serie over een dealer in Brabant. Die serie is net uit en ‘Justified’ begon in 2010 maar als het op een confrontatie aan komt tussen Raylan en Ferry zet ik mijn geld in op Raylan Givens, 100%.
-
Een paar jaar geleden vond ik tijdens het dagelijks rondje met de hond een vogelhuisje langs het fietspad. Het was uit een boom gevallen. De gemeente had de volgelhuisjes opgehangen en dan gaat er wel eens wat mis. Het zijn heel solide vogelhuisjes, van zwaar hout, het wapen van Amsterdam, drie kruisen onder elkaar, zijn er ingebrand. Het is duidelijk alleen voor Amsterdamse vogels bestemd.
Als het vogelhuisje op mijn hoofd was gevallen, was ik waarschijnlijk dood geweest.
Mijn dood was waarschijnlijk een rel van epische proporties geworden, landelijk nieuws. Kamervragen. Onderzoek naar de veiligheid van vogelhuisjes. Wethouder stapt op. Sociale werkplaats waar de vogelhuisjes in elkaar getimmerd worden wordt gesloten. Persoonlijk drama voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Dat is allemaal niet gebeurd.
Ik ben nu een natuurliefhebber maar vroeger was ik een vandaal. Ik heb nog wel eens een nacht in de cel doorgebracht omdat ik een enorm verkeersbord uit de grond had gerukt. Het laagje volwassenheid is maar heel dun bij mij. Toen ik het vogelhuisje zag liggen wilde ik het meteen hebben. Mijn hart klopte in mijn keel toen ik met het vogelhuisje half verscholen onder mijn jas over straat liep, het is een enorm ding, waarschijnlijk bedoeld om de populatie gieren weer op peil te krijgen.
Ik woon in een veiligheidsrisico gebied, er is veel blauw op straat. Een witte man met een gemeentelijk vogelhuisje onder zijn jas moet precies zo behandeld worden als een zwarte man die zonder reden op een bankje zit. Ik mag hopen dat de politie daar heel goed van doordrongen is. In geen geval waande ik mij veilig.
Ik schatte in dat het onderzoek naar het vermiste huisje na 1,5 jaar wel in een la zou verdwijnen en heb het tot die tijd in de schuur verborgen.
Dit voorjaar spijkerde ik het aan de boom in de tuin. Eerst nog even op de website van de vogelbescherming gekeken om te ideale hoogte en richting te bepalen. Niet op het zuiden, opening gericht op het noordoosten.
Wat maakt het ook eigenlijk uit of het aan de boom in mijn tuin hangt of in een boom langs het fietspad een paar honderd meter verderop. Het gaat uiteindelijk om de vogels, ik ben een goed mens.
Het grote wachten kon beginnen. Vanuit mijn werkkamer heb ik goed zicht op het vogelhuisje. Ik kon er makkelijk een kwartier naar staren tijdens een videovergadering.
Er was zeker wel interesse vanuit de vogels. Vooral koolmezen verkenden het huisje. Dat was een beetje een teleurstelling. Ik heb niet het gevoel dat er per se een tekort is aan koolmeesjes in mijn buurt. Liever had ik gezien dat een vogeltje waarvan ik de naam niet ken een onderdak in het huisje gevonden had.
Maar goed, het was ook nog helemaal niet zeker of de koolmezen mijn huisje uiteindelijk zouden kiezen. Ik dacht eigenlijk van niet. Ik zal het toch wel niet helemaal goed opgehangen hebben, niet stabiel genoeg. Had ik het toch niet hoger moeten hangen?
Toen ik tijdens het typen van een email opeens een koolmees uit het huisje zag komen kon ik het haast niet geloven. Hoe bijzonder is het dat je een vogelhuisje ophangt en dat het dan meteen het eerste jaar raak is! Ik voelde mij uitverkoren. Hoe vaak zie je niet vogelhuisjes bij mensen hangen en dat je zeker weet dat het er alleen voor de sier hangt. De buren zullen wel denken: Die Thomas heeft er toch echt kijk op!
Er brak een tijd aan van groot plezier. Mijn werkkamer was nu nog meer een observatorium, werk was nu definitief een secundaire bezigheid. Het was een komen en gaan van koolmeesjes bij het vogelhuisje. Elke keer dat een vogeltje in- of uitvloog ging er een steek van geluk en trots door mijn hart. De mogelijkheid van een koolmezenplaag kon dit geluksgevoel niet onderdrukken.
Een paar weken geleden stond ik in de tuin onder het huisje en hoorde heel duidelijk het gepiep van baby vogeltjes. Ik appte gelijk naar mijn vriendin: ‘er zijn babytjes!’. Zij is de enige die dit op waarde kan schatten.
Na verloop van tijd zag ik wel dat het druk was voor de koolmeesouders. Het eten was niet aan te slepen, het gegil in het huisje werd steeds harder. De ouders haalde steeds meer vreemde capriolen uit om eten te zoeken. Ikzelf werd er ook onrustig van.
Dat kon natuurlijk niet al te lang duren en op een zekere ochtend hoorde ik dan ook hard geschreeuw in de tuin en zag een dik koolmeesje in het gras zitten. Onmiddellijk namen de zorgen het over. Een vogeltje op de grond is geen goed teken. Wat is mijn verantwoordelijkheid hierin? Het feit dat ik het huisje heb opgehangen, betekend dat ook dat ik medeverantwoordelijk ben voor het slagen van het opvoedingsproces? Ik heb in feite al ingegrepen in de natuur door een broedplek aan te wijzen, kan ik dan nu zeggen ‘zo is de natuur’ wanneer het mis gaat? Moet ik het vogeltje terug in het huisje zetten? Misschien is hij er wel opzettelijk uit gezet door zijn ouders of door zijn broertjes en zusjes omdat het een heel vervelend vogeltje is. De babyvogel zag er ook helemaal niet zo sympathiek uit. Het keek nogal chagrijnig uit zijn ogen.
Terwijl ik dit allemaal goed aan het overdenken was heb ik op mijn telefoon een filmpje gemaakt van het baby koolmeesje. Unieke beelden. Je kon heel dichtbij komen.
Ik ben even weggelopen om de deur open te maken voor een pakketje dat werd bezorgd.
Toen ik terugkwam in de tuin was het vogeltje weg. Ik zag wel onze kat zitten. Voor haar pootjes lagen wat veren.
Ik heb de opnamen op mijn telefoon nog niet teruggekeken. Het voelt super creepy om te kijken naar een babytje dat geen flauw idee heeft dat het 40 seconden later op afschuwelijke wijze uit het leven wordt gerukt.
Het nest is helemaal leeg. Het vogelhuis in mijn tuin is voor de koolmeesjes al met al een heel teleurstellende ervaring geworden. Ze zien mij zitten werken in de werkkamer, kijken met een afkeurende blik en denken: ‘Aan hem heb je helemaal niets’.
-
In een wereld waar we worden overspoeld met series, films, shows, podcasts en nieuws, ben ik op zoek gegaan naar wat nog echt is. Ik kwam uit bij renovatie video’s op YouTube. Het begon bij zogenaamde ‘time-laps’ video’s. Filmpjes van 30 minuten waarin je ziet hoe een Ierse boer in een tijdspanne van een paar maanden een ingestort huisje weer in oude staat hersteld. Hij maakt ook video’s waarin hij met een graver een drassig stuk weiland gaat ophogen, voor het vee. Dat vind ik mooi.
Blijkbaar heb ik een sluimerende passie voor civiele techniek.Ik volg ook een Frans stel dat een oude schuur aan het opknappen is. Het meisje praat heel veel in het Frans zoals alleen fransen dat kunnen. De ondertiteling van YouTube is niet al te best toch weet ik precies waar het over gaat. De taal van de klusser is universeel.
De blijdschap die ik voel als ik een nieuwe video zie met als titel ‘Les fenetres sont posees’, is onbeschrijfelijk. Alsof mijn eigen ramen geplaatst zijn!
Uiteindelijk vond ik de time-laps video’s te oppervlakkig. Het zijn in feite exponenten van de vlugger vlug maatschappij waar ik zo’n hekel aan heb.
Het bleek dat ik makkelijk kon kijken naar 3 uur durende video’s waarin ene Carl Rogers en zijn vader een nieuw dak op een eeuwenoude garage zetten of een trapportaal van de grond af opbouwen. Fascinerend. Cruciaal is de ‘concrete ring beam’, die houdt de zaak bij elkaar.
Iets wat alle klusvideo’s gemeen hebben is het inzetten van drones. De drone is niet meer weg te denken uit de klusvideo. Om de impact van het ophogen van een stuk grond inzichtelijk te maken is zo’n drone echt nodig. De concrete ring beam, en wat het betekent krijg je pas echt goed in beeld met behulp van een drone.Zelf ben ik niet echt een klusser. Ik heb er de tijd niet voor. Ik heb wel veel verstand van klussen. Ik heb bij veel projecten van mijn vader schroeven aangegeven en planken vastgehouden. Mijn vader is een betere klusser en een beter mens dan ik. Als ik voor de 3de keer met een verkeerde schroef aankwam werd ie nooit kwaad.
Als ik nu wel eens een lampje ophang en mijn kinderen moeten helpen dan schreeuw ik continu. ‘Wat sta je daar nou?!’, of: Ik vroeg een KRUISkopschroevendraaier!’
Agressie is iets wat je in de video’s van klussers eigenlijk nooit tegenkomt. Terwijl agressie wat mij betreft wel een integraal onderdeel is van het klussen.
Als ik op zolder een lijstje ga ophangen moet ik minstens 8 keer heen en weer lopen om de juiste plug te vinden, ik ben ook altijd bitjes kwijt.
Als ik elke keer dat ik naar de Gamma ga om nieuwe bitjes te kopen mijn drone de lucht in zou moeten sturen houd ik helemaal geen tijd meer over om renovatie video’s te kijken, bovendien heb ik helemaal geen drone.De afgelopen dagen heb ik veel gekeken naar de video’s van Martijn Doolaard. Martijn Doolaard heeft een paar hutjes in de Italiaanse bergen gekocht. Hij noemt het een ‘homestead’. Martijn onderscheidt zich van andere klussers, hij besteed bijvoorbeeld heel veel aandacht aan zijn kleding. Hij draagt vaak een mosterdkleurig mutsje, een overhemd van natuurlijke vezels en bretels.
Hij gaat ook vaak wandelen. Dan zie je hem langs een snelstromende beek een stuk appel eten. ’S avonds filmt hij hoe hij zijn schoenen invet bij de houtkachel.Tijdens mijn research voor dit stuk kwam ik er achter dat Martijn geen echte klusser is. Ik voelde mij bedrogen. Uren heb ik naar zijn video’s gekeken in de veronderstelling dat hij wist waar hij mee bezig was. Achteraf waren er wel signalen die ik had kunnen oppikken. Het invetten van de schoen was al een ‘red flag’ maar er waren ook andere dingen. Dan was hij een picknick tafel aan het bouwen. De tafel werd gebouwd van enorme stenen, tot zover prima, maar het dak van een van de hutjes lag nog helemaal open. Dan schreeuwde ik naar het scherm: ‘EN HET DAK DAN!!’. Nu weet ik dus dat hij ook geen flauw idee had.
Martijn heeft het klussen geleerd van kijken naar YouTube video’s en krijgt feitelijk heel veel tips in de comments onder zijn video’s.
Dit is gewoon maar een project voor hem. Hiervoor was hij aan het fietsen door de hele wereld. Daar maakte hij ook video’s van.Carl Rogers en zijn vader kunnen echt klussen. Carl Rogers kan alles met hout. Zijn vader komt uit de bouw. Het zit dus in de genen en dat merk je aan alles. Zijn vader heeft 2 nieuwe knieën gekregen, dus de bouw van de trap kwam voornamelijk op Carl’s schouders terecht. Carl en zijn vader hebben ook heel veel grote machines waar ze dingen met hout mee kunnen doen. Martijn zit de hele tijd te kloten met zonnenpanelen en dan kan ie ze’n gereedschap weer niet opladen. Ik vind dat niet professioneel. Ook ben ik van mening dat je niet alles op natuurlijke wijze hoeft te doen.
Hout is mooi maar het kan ook te ver gaan. Gisteren keek ik een video van een koppel uit een Oostblok-land dat een huisje ging bouwen. Deze mensen wisten echt van aanpakken maar waren met hout aan het bouwen om het bouwen met hout. Daar vind ik niets aan. Je bouwt een huis omdat je een goed huis wilt bouwen niet omdat je gek op hout bent.
Martijn Doolaard inspireert veel mensen. Van heinde en verre komen ze om hem te helpen. Nicola, uit Italië, Klaus en Dieter uit Oostenrijk en een vrouw die helemaal uit Ierland is komen fietsen. Het wordt niet duidelijk waar ze slapen. De hutjes hebben nog geen dak, Martijn heeft voor zichzelf een tent opgezet. Ik denk dat de Ierse vrouw bij Martijn in de tent slaapt.
De ouders van Martijn zijn ook wel eens lang geweest. Zwijgzaam aten ze de groenten uit de moestuin aan de picknick tafel. Ze maakten geen gelukkige indruk.Martijn heeft mij ook aan het denken gezet: Zijn bretels handiger dan een riem? En als je een klus niet filmt, is het dan wel een klus?
-
Verhalen over katten zijn over het algemeen heel saai. Ze volgen in grove lijnen het volgende stramien:
‘Nou, meneer was vanochtend weer heeeel vroeg op, spingt zo..op mijn kussen, stapt met zijn koude pootjes over mijn hoofd en gaat prinsheerlijk liggen. 15 minuten later..wat denk je?…Honger, gaat ie mauwen ‘miauw, miauw’ en denk maar niet dat je je dan nog om kan draaien, dat pikt meneer niet, dan krijg je een pootje in je gezicht zo van: ‘vrouwtje, het is nu echt tijd hoor!’.
Werken aan de computer gaat ook niet meer, dat pikt ie niet, het toetsenbord is de plek van meneertje, nou dan pak ik gewoon nog maar een kop koffie, kat gaat voor werk…hahaha.
Nu is ie buiten, de buurt onveilig maken. Vanavond roep ik hem weer. Dan schud ik met de brokjes. Dat heeft geen zin maar als ik een blikje sardines open maak, staat ie binnen een minuut voor de deur. Hij kijkt me dan aan met zo’n blik van: ‘U had geroepen?’ De hele avond ligt hij op schoot, doodmoe, wat ie de hele dag doet: Ik wil het niet weten. Opstaan om een nootje te pakken is er in ieder geval niet bij. Goed voor de lijn! Haha! Heerlijk beest!’Praten over honden is een ander verhaal.
Mijn hond heeft vaak een poepje bij zijn kont hangen. Hij weet dat het er hangt, dat zie ik aan zijn hoofd. Je kan het niet weghalen met een papiertje ofzo want dan bijt ie je hand eraf. Hij kan heel goed zijn grenzen aangeven. Dat vind ik heel inspirerend.
Hij is sowieso heel agressief, tegelijkertijd is hij ook heel laf. Mannetjes honden die kleiner zijn dan hij valt hij aan.
Vroeger vond ik dat vervelend. Tegenwoordig niet meer. Te lang heb ik rekening met andere mensen gehouden, dat heeft geen enkele zin. Misschien kom je dan na je dood in de hemel maar hier op aarde leef je in de hel.
Mijn vrouw vindt overigens dat de hond gecastreerd moet worden. Dat zegt denk ik vooral heel veel over mijn vrouw.
Ik word wat ouder en merk dat ik heel lang in staat ben geweest om mijn slechte karaktereigenschappen te verbloemen. Ik heb er de energie niet meer voor. Ook heb ik niet meer de flexibiliteit om zaken van een andere kant te bekijken. Ik ben tegenwoordig eigenlijk continu kwaad. Vaak zonder aantoonbare reden of zonder goede argumenten.
Terwijl ik dit schrijf ben ik alweer kwaad op alle mensen die dit stukje nooit zullen lezen. Vroeger zou ik gedacht hebben dat dit aan mij of mijn stukje lag, nu leg ik het gewoon bij ‘de mensen’. Ze hebben gewoon geen flauw idee.
Dus ik zeg tegen de hond: Ga maar! Bijt zijn kop er maar af. Dat zal dat rothondje leren! Inmiddels herken ik de potentiële slachtoffers en ik begrijp hem. Het ligt niet direct aan de hondjes, het zijn de baasjes. Het zit hem vaak in een type kapsel of het soort jas.
Zo’n baasje reageert vaak heel verbolgen als hun hond wordt aangevallen.
Had je maar geen turquoise fleece jas moeten aantrekken, denk ik dan.Er woont een vrouw in mijn wijk, ik noem haar ‘het teringwijf met de tyfushond’, ze is al wat ouder, loopt met een stok en heeft haar hond met een soort oranje brandtouw aan haar middel gebonden. Haar hond valt mijn hond altijd aan. Daar kan ik nog wel mee leven maar het lijkt me niet meer dan normaal dat je elkaar dan de volgende keer even groet. Dan zend je meteen ook een goed signaal naar de hond: jij doet achterlijk maar ik blijf beschaaft. Doet ze niet, ze keurt me geen blik waardig. Onbeschoft.
De Zweedse graftak, ook een buurvrouw die niet groet. Je ziet haar kringspier samentrekken als ze mij passeert. Wat ik dus nu doe is haar intimideren met vriendelijkheid, als ze langskomt schreeuw ik heel hard GOEIEDAG!!.
Zweden zijn overigens helemaal geen leuke mensen.
Ik heb wel eens een programma over Zweden gezien van Sander Schimmelpenninck. Sander heeft een Zweedse vriendin dus hij is vaak in Zweden. Hij weet waar hij het over heeft. Sander is mijn morele kompas.
Hij vertelde dus dat alle mensen in Zweden heel moeilijk doen over van alles. Ze raken ongelofelijk in paniek als je je niet aan regels houdt. Dit verklaart mogelijk waarom het is misgegaan tussen de graftak en mij.
Mijn wijk staat op een stukje opgespoten zand dat langzaam wegzakt. Een aantal jaar geleden is het allemaal weer wat opgehoogd. Het stukje van de straat naar je huis moest je zelf ophogen. Hiervoor was zand ter beschikking gesteld. Mijn vader en ik vulden kruiwagentjes zand van een hoop. De Zweedse buurvrouw werd kwaad want het was haar hoop. Blijkbaar was een regeling met het zand waar wij niet van op de hoogte waren. Mijn vader en ik waren toen nog vriendelijke mannen en hebben uitvoerig onze excuses gemaakt. Blijkbaar niet goed genoeg voor Zweedse begrippen.Je ziet vaak dat als er veel Zweden in een wijk komen dat de sfeer heel erg achteruitgaat.
We hebben nog meer buren met een Zweedse connectie. Het betreft een echtpaar op de hoek. Zij hebben jarenlang een huis in Zweden gehad. Hun kinderen zijn vernoemd naar bandleden van ABBA. De buurvrouw staat vaak met haar Zweedse klompen op een kruispunt waar ze goed zicht heeft op de wijk. Niet alleen mensen worden geobserveerd en in de gaten gehouden, ook katten.
Ze noemt mijn kat altijd Piepse terwijl mijn kat Pieps heet, het voelt als microagressie. Mijn vrouw krijgt een acute beroerte als ze deze buren tegenkomt. Ik probeer dat te compenseren door wel aardig te doen. Als ik even niet weet waar ik het met de buurvrouw over moet hebben dan vraag ik altijd even naar de kat. Het is een Zweedse boskat. Dat levert vaak heel interessante gesprekken op.
-
Bij archeologie kreeg ik altijd een goed gevoel. Archeologen waren in mijn beleving een stel lieverds die in ruil voor onderdak en een bord linzensoep naar elke godvergeten uithoek van de wereld afreizen. Gewapend met een kwastje gaan ze naar een willekeurige woestijn of naar Alphen aan de Rijn om daar in een kuil potjes en botjes af te stoffen. Vaak dragen ze alleen maar een korte broek en een hoed.
Een beetje ontgoocheld zat ik in het vliegtuig. We waren op vakantie in Madeira geweest. Na een dag moesten we met spoed terug naar Amsterdam omdat mijn zwager in het ziekenhuis was opgenomen. Het was ernstig, iets met zijn hart.
De ontgoocheling werd compleet toen mijn beeld van archeologen totaal op zijn kop werd gezet.
Om de tijd in het vliegtuig stuk te slaan had ik de serie ‘Ancient Apocalypse’ gedownload. De serie beloofde spectaculaire onthullingen over een Apocalyps die de aarde en haar bewoners voorgoed had veranderd, voor altijd…..Titels met ‘Ancient’ erin doen het bij mij sowieso altijd heel goed.
De serie wordt gepresenteerd door Graham Hancock. Graham is zelf geen archeoloog. Hij stelt alleen maar vragen. Hij wordt ongelofelijk tegengewerkt door het archeologische establishment omdat hij een visie heeft die de mainstream archeologen niet lekker uitkomt.
De term ‘mainstream archeologie’ valt ongeveer 4 keer per aflevering.
Graham is verontwaardigd dat de mainstream archeologen hem niet serieus nemen, wat niet zo vreemd is, de publicaties van Graham hebben titels als ‘Fingerprint of the gods’, Magicians of the gods’ en ‘War god’.Daar kan de mainstream natuurlijk nooit tegenop. Ik heb geen abonnement op het vakblad van de archeologen maar ik kan me voorstellen dan hun publicaties letterlijk en figuurlijk nogal stoffig zijn.
Wat Graham heel goed doet en kan doen (omdat geen deel uitmaakt van de mainstream archeologie) is dingen met elkaar verbinden. Graham is een verbinder. Hij verbindt astronomie en archeologie en hij is ook niet bang om oude mythes serieus te nemen.
Veel van de verhalen van vroeger moet je niet letterlijk nemen maar overdrachtelijk en dan valt er opeens heel veel op zijn plek.Slangen bijvoorbeeld, die kom je overal tegen, in verhalen en op oude bouwwerken, dat staat dus ergens voor.
Eenmaal thuisgekomen kon ik het niet meer opbrengen om de serie af te kijken. De urgentie die ik voelde in het vliegtuig voelde ik thuis niet meer.
Wat ik in grote lijnen heb meegekregen is dat alles veel ouder is de dan archeologen ons willen doen geloven. Er waren ook wat hele oude beschavingen die ze over het hoofd hebben gezien. Deze beschavingen waren hun tijd ver vooruit, misschien dat de mainstream archeologen zich daarom in de jaartallen hebben vergist….kan gebeuren.
Wat Graham zich niet beseft is dat een aanpassing van een jaartal, of het toevoegen van een beschaving heel veel kosten met zich meebrengt, denk bijvoorbeeld aan alle infopalen die moeten worden vervangen.
De wetenschappelijke realiteit is hard. Dat kan Graham natuurlijk ook niet weten omdat hij geen wetenschapper is. Maar hij is ook niet gek! Graham stelt heel duidelijk dat de oude beschavingen geen ruimteschepen hadden.Terwijl we in het vliegtuig zaten werd mijn zwager geopereerd.
Hij is iemand die zich inzet voor de planeet, hij kan heel goed GO (een heel ingewikkeld bordspel) spelen en maakt deel uit van Extinction Rebellion.
Extinction Rebellion is de club die de hele tijd op snelwegen ligt om te protesteren tegen het verkeer. Ze zijn tegen vervuiling maar stiekem hebben ze ook een hekel aan mensen met auto’s en een baan.
Nu ben ik toevallig, net als Graham, ook een beetje een verbinder. Je kunt dingen toevallig noemen maar dat is een beetje naïef.
Zonder de hoofdlijnen van de serie echt duidelijk te hebben kan ik wel stellen dat de Pyramides gebouwd zijn door overdrachtelijke reuzen die ons willen waarschuwen voor klimaatveranderingen. De punt van Pyramides wijst altijd naar boven…. dat lijkt me een inkoppertje! De oorzaak van de problemen komt altijd van boven, de politiek, big pharma en dingen als Tata steel en Alibaba.
De mensen van Extinction Rebellion zijn de reuzen van nu, de ‘Magicians of the gods’.
Het oost Aziatische spel GO zou rond 2000 voor Christus bedacht zijn, tel daar maar makkelijk 10000 jaar bij op!
De mainstream archeologie heeft hier allemaal geen boodschap aan, die zitten in kuilen te stoffen en kijken al helemaal niet naar boven, ze zijn bang voor het grote plaatje.
Als ik Extinction Rebellion was zou ik in zo’n opgraving gaan liggen.Ik hoop dat mijn zwager beter wordt en zich weer kan gaan inzetten voor Extinction Rebellion, daar gelooft hij echt in.
-
Door een reeks aan dubieuze beslissingen en slecht advies was ik op een administratieve afdeling terechtgekomen.
De mensen die daar werkten waren er tijdens een teamdag achter gekomen dat ze blauw zijn. Ze zeiden vaak ‘Wij zijn echt heel blauw!’ en dan lachten ze heel hard. Ik kon het alleen maar met lede ogen aanzien.
Ik heb nooit echt de moeite genomen om te achterhalen wat dat ‘blauw’ precies inhoudt, maar kon me er van alles bij voorstellen. Het ging de hele dag over dingen ‘inrichten’ en dan geen kantoor met leuke planten, maar processen. Ik pik taaldingetjes altijd snel op, dus binnen de kortste keren vroeg ik steevast, aan het eind van elke vergadering, of er was nagedacht over de inrichting. Dit werkte zo goed dat ik toch een soort van positie binnen de afdeling kreeg terwijl ik helemaal niet geschikt ben voor welke vorm van administratie dan ook. Ik betaal rekeningen niet op tijd omdat ik het handiger vind om een betaalafspraak met een incassobureau te maken. Daar betaal ik dan graag wat incassokosten voor. Een blauw persoon zou zoiets nooit doen.
Managers volgden elkaar op deze afdeling in rap tempo op. Bij de laatste persoon die kwam aanwaaien werd het me allemaal te veel. Hij vond zichzelf ‘een verhalenverteller’. Ik liep permanent rond met een pijnlijke grimas op mijn gezicht die voor een glimlach moest doorgaan.
Om mijn waardigheid en geestelijke gezondheid intact te houden moest ik weg bij de administratie. Ik ging een nieuwe baan zoeken.
Solliciteren haalt het slechtste in mij naar boven. Zonder gêne weet ik zinnen op te schrijven als: ‘Door mijn flexibele instelling en mijn ruime ervaring denk ik dat ik in een dynamische werkomgeving als de uwe goed tot mijn recht kom en een waardevolle bijdrage kan leveren aan de ontwikkelingen die u in de vacature omschrijft’, woorden als synergie, uitdaging en enthousiasme schuw ik ook niet. Alles is geoorloofd.
Ik werd uitgenodigd voor zo’n beetje alle vacatures waarop ik had gereageerd en dan moet je verder.
Gelukkig weet ik een heel goede sollicitant neer te zetten. Het gesprek is een voorstelling en een wedstrijd tegelijk, het maakt eigenlijk niet uit wat de functie is, je wilt niet afgaan en je wilt winnen.
Het is binnenkomen, beleefd zijn (niet onderdanig) ontspannen overkomen, leuke opmerking maken over het kantoor. Als je binnenkomt in een donker hol met een verlopen receptioniste aan een rottende balie, dan zeg je: ‘Lekker laagdrempelig! Knus. Goeie sfeer!’
Bedenk dat de mensen van de sollicitatiecommissie ook geen flauw idee hebben wat ze moeten vragen, neem de leiding! Zeg vaak ‘leuk’. ‘Zal ik hier gaan zitten? Lijkt me wel prima toch..leuk!, oh, jij gaat daar zitten, nou dan ga ik wel aan de andere kant? Of niet, haha! Leuk!’
De vragen die ze gaan stellen zijn redelijk standaard. Hier wat tips.
‘Waarom solliciteer je op deze functie’, daarop moet je een antwoord paraat hebben. Wat er ook in je vorige baan gebeurd is, hou het positief! Zeg nooit: ‘Alles is beter dan mijn huidige baan.’ Hebben ze iets als: ‘Wil jij graag werken in een team dat volop in ontwikkeling is?’ in de vacaturetekst geschreven, zeg dan: ‘Ik hou heel erg van ontwikkelingen.’
Zelf vind ik voorbeelden noemen van dingen die goed zijn gegaan wel altijd heel lastig. Ik ben meer van de theorie. Als ze vragen om praktijkvoorbeelden, dan denk ik meteen aan alle teleurgestelde collega’s die nog steeds wachten op het rapport dat ik nooit ga schrijven. Blijf in die positieve vibe! Ik zeg meestal dat er te veel succesverhalen zijn om nu eventjes zo snel op te noemen, en schakel snel over naar de verbeterpunten: je wilt je werk te goed doen, waardoor je soms (zeg maar altijd) te hard werkt. Als je dan al ergens hulp bij zou nodig hebben dan is het om je te remmen in je grenzeloze ambitie en werkdrift, als het aan jou ligt werk je makkelijk 80 uur in de week en dat is natuurlijk voor niemand goed.
Soms zit ik zo goed in het gesprek dat ik even vergeet dat ik eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd ben in de functie. Opeens vraagt iemand waarom ik zo graag met kinderen wil werken. Ik haat kinderen. Lees de vacaturetekst goed door! Dat is ook een tip. Nu komt het neer op improviseren. Blijf praten! Veel ‘leuk’ en ‘uitdaging’ blijven zeggen. Iets met ‘passie’ doet het ook altijd goed. Je kan na afloop nog even zeggen dat je toch zenuwachtiger was dan je had gedacht. Goeie kans dat je er mee wegkomt.
Nu heb ik dus een nieuwe baan. Hoelang zal het duren voor het iedereen duidelijk wordt dat mijn rustige uitstraling eigenlijk luiheid is. Dat de wil om dingen heel goed te doen er op een of andere manier voor zorgt dat ik niet zo heel veel kan werken. Dat de analytische blik in de praktijk toch meer een cynische houding is.
Mocht het erop aankomen dan kan ik altijd zeggen dat ik het omgekeerde imposter syndroom heb: ik ben heel succesvol maar niemand gelooft het.