Verhalen over katten zijn over het algemeen heel saai. Ze volgen in grove lijnen het volgende stramien:

‘Nou, meneer was vanochtend weer heeeel vroeg op, spingt  zo..op mijn kussen, stapt met zijn koude pootjes over mijn hoofd en gaat prinsheerlijk liggen. 15 minuten later..wat denk je?…Honger, gaat ie mauwen ‘miauw, miauw’  en denk maar niet dat je je dan nog om kan draaien, dat pikt meneer niet, dan krijg je een pootje in je gezicht zo van: ‘vrouwtje, het is nu echt tijd hoor!’.
Werken aan de computer gaat ook niet meer, dat pikt ie niet, het toetsenbord is de plek van meneertje, nou dan pak ik gewoon nog maar een kop koffie, kat gaat voor werk…hahaha.
Nu is ie buiten, de buurt onveilig maken. Vanavond roep ik hem weer. Dan schud ik met de brokjes. Dat heeft geen zin maar als ik een blikje sardines open maak, staat ie binnen een minuut voor de deur. Hij kijkt me dan aan met zo’n blik van: ‘U had geroepen?’  De hele avond ligt hij op schoot, doodmoe, wat ie de hele dag doet: Ik wil het niet weten. Opstaan om een nootje te pakken is er in ieder geval niet bij. Goed voor de lijn! Haha! Heerlijk beest!’

Praten over honden is een ander verhaal.

Mijn hond heeft vaak een poepje bij zijn kont hangen. Hij weet dat het er hangt, dat zie ik aan zijn hoofd. Je kan het niet weghalen met een papiertje ofzo want dan bijt ie je hand eraf. Hij kan heel goed zijn grenzen aangeven. Dat vind ik heel inspirerend.

Hij is sowieso heel agressief, tegelijkertijd is hij ook heel laf. Mannetjes honden die kleiner zijn dan hij valt hij aan.

Vroeger vond ik dat vervelend. Tegenwoordig niet meer. Te lang heb ik rekening met andere mensen gehouden, dat heeft geen enkele zin. Misschien kom je dan na je dood in de hemel maar hier op aarde leef je in de hel.

Mijn vrouw vindt overigens dat de hond gecastreerd moet worden. Dat zegt denk ik vooral heel veel over mijn vrouw.

Ik word wat ouder en merk dat ik heel lang in staat ben geweest om mijn slechte karaktereigenschappen te verbloemen. Ik heb er de energie niet meer voor. Ook heb ik niet meer de flexibiliteit om zaken van een andere kant te bekijken. Ik ben tegenwoordig eigenlijk continu kwaad. Vaak zonder aantoonbare reden of zonder goede argumenten.

Terwijl ik dit schrijf ben ik alweer kwaad op alle mensen die dit stukje nooit zullen lezen. Vroeger zou ik gedacht hebben dat dit aan mij of mijn stukje lag, nu leg ik het gewoon bij ‘de mensen’. Ze hebben gewoon geen flauw idee.

Dus ik zeg tegen de hond:  Ga maar! Bijt zijn kop er maar af.  Dat zal dat rothondje leren! Inmiddels herken ik de potentiële slachtoffers en ik begrijp hem. Het ligt niet direct aan de hondjes, het zijn de baasjes. Het zit hem vaak in een type kapsel of het soort jas.
Zo’n baasje reageert vaak heel verbolgen als hun hond wordt aangevallen.
Had je maar geen turquoise fleece jas moeten aantrekken, denk ik dan.

Er woont een vrouw in mijn wijk, ik noem haar ‘het teringwijf met de tyfushond’, ze is al wat ouder, loopt met een stok en heeft haar hond met een soort oranje brandtouw aan haar middel gebonden. Haar hond valt mijn hond altijd aan. Daar kan ik nog wel mee leven maar het lijkt me niet meer dan normaal dat je elkaar dan de volgende keer even groet. Dan zend je meteen ook een goed signaal naar de hond: jij doet achterlijk maar ik blijf beschaaft. Doet ze niet, ze keurt me geen blik waardig. Onbeschoft.

De Zweedse graftak, ook een buurvrouw die niet groet. Je ziet haar kringspier samentrekken als ze mij passeert. Wat ik dus nu doe is haar intimideren met vriendelijkheid, als ze langskomt schreeuw ik heel hard GOEIEDAG!!.

Zweden zijn overigens helemaal geen leuke mensen.

Ik heb wel eens een programma over Zweden gezien van Sander Schimmelpenninck. Sander heeft een Zweedse vriendin dus hij is vaak in Zweden. Hij weet waar hij het over heeft. Sander is mijn morele kompas.

Hij vertelde dus dat alle mensen in Zweden heel moeilijk doen over van alles. Ze raken ongelofelijk in paniek als je je niet aan regels houdt. Dit verklaart mogelijk waarom het is misgegaan tussen de graftak en mij.

Mijn wijk staat op een stukje opgespoten zand dat langzaam wegzakt. Een aantal jaar geleden is het allemaal weer wat opgehoogd. Het stukje van de straat naar je huis moest je zelf ophogen. Hiervoor was zand ter beschikking gesteld. Mijn vader en ik vulden kruiwagentjes zand van een hoop. De Zweedse buurvrouw werd kwaad want het was haar hoop. Blijkbaar was een regeling met het zand waar wij niet van op de hoogte waren. Mijn vader en ik waren toen nog vriendelijke mannen en hebben uitvoerig onze excuses gemaakt. Blijkbaar niet goed genoeg voor Zweedse begrippen.

Je ziet vaak dat als er veel Zweden in een wijk komen dat de sfeer heel erg achteruitgaat.

We hebben nog meer buren met een Zweedse connectie. Het betreft een echtpaar op de hoek. Zij hebben jarenlang een huis in Zweden gehad. Hun kinderen zijn vernoemd naar bandleden van ABBA. De buurvrouw staat vaak met haar Zweedse klompen op een kruispunt waar ze goed zicht heeft op de wijk. Niet alleen mensen worden geobserveerd en in de gaten gehouden, ook katten.

Ze noemt mijn kat altijd Piepse terwijl mijn kat Pieps heet, het voelt als microagressie. Mijn vrouw krijgt een acute beroerte als ze deze buren tegenkomt. Ik probeer dat te compenseren door wel aardig te doen. Als ik even niet weet waar ik het met de buurvrouw over moet hebben dan vraag ik altijd even naar de kat. Het is een Zweedse boskat. Dat levert vaak heel interessante gesprekken op.


Plaats een reactie